Venezuela: de groeiende kloof tussen geopolitiek en haalbare energie-investeringen
Door Simonetta Spavieri, Active Ownership Manager - Climate Engagement Lead, Schroders
Olie blijft belangrijk genoeg om militaire acties uit te lokken. Dat op zich vermindert niet de investeringsrisico's van het ontdekken, winnen en raffineren van olieproducten.
De acties van de VS in Venezuela wijzen op een bredere geopolitieke herschikking en zijn veelzeggend voor de veranderende geopolitiek van energie in het bijzonder. De toegang tot energie, sanctiebeleid en controle over grondstoffen worden in veel delen van de wereld ingezet als instrumenten voor internationale invloed. Koolwaterstoffen blijven bepalend voor keuzes op het gebied van buitenlands beleid, zelfs nu het mondiale energiesysteem structurele veranderingen ondergaat.
Toch is het standpunt van de regering-Trump ten aanzien van Venezolaanse olie geen volledige koerswijziging. De regering-Maduro werkte al samen met de Verenigde Staten inzake energie, onder beperkte voorwaarden, aangezien Chevron zijn activiteiten in Venezuela voortzette. In die context moet de hernieuwde aandacht van de VS voor Venezolaanse olie eerder worden beschouwd als een stapsgewijze maatregel.
Venezolaanse olie en de kortetermijnreactie
De eerste reactie van de markt was leerzaam. De aandelen van grote Amerikaanse raffinaderijen stegen omdat de beleggers verwachtten dat er meer toegang zou komen tot zware ruwe olie uit Venezuela wanneer de sancties versoepeld zouden worden. De raffinaderijen aan de Amerikaanse Golfkust zijn structureel zeer geschikt om deze olie te verwerken, omdat ze decennia geleden gebouwd werden om zware olie uit Venezuela, Mexico en Canada te verwerken.
Dit is op korte termijn van belang, maar slechts tot op zekere hoogte. Het sanctiebeleid kan snel veranderen en de stromen ruwe olie kunnen veel sneller worden omgeleid, weg van China, dat ongeveer 80% van de Venezolaanse export opnam, dan dat nieuwe voorraden kunnen worden ontwikkeld. Dat verklaart de kortetermijnreacties van de markt. Het verandert niets aan het onderliggende plaatje van het aanbod.
De strategische relevantie van Venezuela is te danken aan de omvang van zijn reserves, die nominaal de grootste ter wereld zijn, en niet aan zijn huidige productie, die minder dan 1% van de markt uitmaakt. Na decennia van wanbeleid, te weinig investeringen en een falend beleid daalde de productie van een piek van meer dan 3,5 miljoen vaten per dag tot ongeveer 1 miljoen vaten per dag vandaag. Olie is nog steeds goed voor meer dan 90% van de Venezolaanse export, waardoor de economie zeer kwetsbaar is voor verstoringen in de sector.
Het idee dat Venezuela snel weer een belangrijke producent zou kunnen worden, gaat voorbij aan de fundamentele realiteit van de olieproductie. De Venezolaanse productie wordt gedomineerd door zware en extra zware zure ruwe olie uit de Orinoco-gordel, die duur is om te winnen, koolstofintensief om te verwerken en afhankelijk is van geïmporteerde additieven. De break-evenramingen voor nieuwe projecten behoren tot de hoogste ter wereld.
Hoewel het technisch mogelijk is om een beperkte productieverhoging te realiseren, zijn de meer onoverkomelijke beperkingen bovengronds: politieke instabiliteit, juridische onzekerheid, verslechterde infrastructuur en onopgeloste arbitrageclaims.
Deze uitdagingen botsen met een veranderd investeringsklimaat. De oliemarkten gingen 2025 goed bevoorraad in, met toenemende voorraden. De prijzen blijven gematigd. Tegelijkertijd eisen beleggers een aanhoudende kapitaaldiscipline. Als gevolg daarvan zijn beursgenoteerde olie- en gasbedrijven minder gericht op groei en meer op vrije kasstroom, dividenden en het terugkopen van aandelen.
Die disciplinaire aanpak kwam aanvankelijk tot uiting in het schrappen van koolstofarme investeringen, maar geldt in toenemende mate ook voor upstream-exploratie en -ontwikkeling, met name in risicovolle rechtsgebieden. De exploratiebudgetten werden teruggeschroefd, grensverleggende projecten werden uitgesteld en langlopende investeringen werden aan een strengere controle onderworpen. In die context lijken grootschalige greenfield-investeringen in Venezuela niet in overeenstemming te zijn met de heersende verwachtingen van beleggers.
Energiezekerheid en de transitiecontext
Hierdoor ontstaat een spanning die centraal staat in Venezolaans verhaal.. Vanuit geopolitiek oogpunt blijft olie krachtig genoeg om, althans gedeeltelijk, militaire actie te motiveren. Vanuit investeringsoogpunt concentreert Venezuela echter precies de risico's die beleggers trachten te verminderen: hoge kosten, lange terugverdientijden, politieke blootstelling en op lange termijn een onzekere vraag.
Die vraagonzekerheid is structureel. Energiezekerheid wordt steeds meer bepaald door elektrificatie, de veerkracht van het elektriciteitsnet en de controle over technologieën en kritieke mineralen, in plaats van alleen maar het veiligstellen van een toenemende olie- en gasvoorziening. Sinds de Russische invasie van Oekraïne is het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerde olie en gas, inclusief LNG, een expliciete beleidsdoelstelling geworden in heel Europa en delen van Azië.
Venezuela illustreert dan ook de groeiende kloof tussen geopolitieke relevantie en investeringsrendabiliteit in de energietransitie.
Voor investeerders is de les niet dat olie niet langer van belang is. Olie kan nog steeds het buitenlands beleid bepalen en markten beïnvloeden. Maar politieke urgentie lost de economische realiteit niet op. We leven vandaag in een wereld van kapitaaldiscipline, ongelijke transities en veranderende definities van energiezekerheid. Activa die afhankelijk zijn van geopolitieke interventie om concurrentieel te worden, lopen juist het grootste risico om te stranden.