Nieuwe energiecrisis versnelt wereldwijde energietransitie
De energiecrisis rond de Straat van Hormuz laat opnieuw zien hoe kwetsbaar de wereldeconomie blijft voor geopolitieke schokken. De huidige onrust markeert niet alleen een nieuwe periode van hogere energieprijzen en inflatiedruk. We zien vooral een structurele verschuiving in de manier waarop landen naar energiezekerheid kijken, aldus Minal Patel, Global Head of Infrastructure en Duncan Hale, Private Markets Group, van Schroders Greencoat. De energietransitie draait daardoor steeds minder alleen om klimaatbeleid en steeds meer om economische weerbaarheid.
De oorlog in Oekraïne en het conflict in het Midden-Oosten hebben volgens Schroders Greencoat dezelfde zwakke plek blootgelegd: economieën die sterk afhankelijk blijven van internationaal verhandelde fossiele brandstoffen zijn extreem gevoelig voor geopolitieke spanningen, prijsschokken en verstoringen in de aanvoerketen. Wat begint als een regionaal conflict, werkt uiteindelijk door in inflatie, rente en economische groei wereldwijd.
Voor beleidsmakers ontstaat daardoor een lastig dilemma. De centrale banken kunnen inflatie die voortkomt uit hogere energie- en grondstofprijzen moeilijk bestrijden met hogere rentes, omdat die vooral bedoeld zijn om de vraag af te remmen. Te agressief verkrappen schaadt de economie, terwijl onvoldoende ingrijpen het risico op stagflatie vergroot.
Elektriciteit wordt strategische grondstof
Tegelijkertijd verandert ook de vraagzijde van de energiemarkt ingrijpend. Volgens Schroders Greencoat krijgt elektriciteit in het digitale tijdperk een vergelijkbare economische rol als olie tijdens de industriële revolutie. Kunstmatige intelligentie, datacenters, elektrificatie en digitalisering zorgen voor een snel stijgende stroomvraag, in sommige regio’s voor het eerst in meer dan tien jaar.
Datacenters illustreren die verschuiving volgens de vermogensbeheerder het duidelijkst. Niet alleen goedkope stroom wordt belangrijker, maar vooral de toegang tot betrouwbare elektriciteitsnetwerken. Daarmee verandert energievoorziening van een ondersteunende nutsfunctie in een strategische voorwaarde voor economische groei en concurrentievermogen.
Volgens Schroders Greencoat verschuift daarmee ook de betekenis van energiezekerheid. Waar risico’s vroeger vooral speelden in zware industrie, transport en productie, raakt energieprijsvolatiliteit nu de hele economie. Hoge en onvoorspelbare stroomprijzen werken direct door in de bedrijfswinsten, investeringsbeslissingen en concurrentiekracht.
Hernieuwbare energie als economische strategie
De energietransitie wordt daardoor steeds meer gezien als een strategie voor economische weerbaarheid. Hernieuwbare energiebronnen hebben volgens Schroders Greencoat een belangrijk voordeel: na de bouw zijn er nauwelijks brandstofkosten meer, waardoor de betrokken landen minder afhankelijk worden van de volatiele wereldmarkten voor olie en gas.
China geldt daarbij als het meest uitgesproken voorbeeld. Het land combineert grootschalige investeringen in hernieuwbare energie met de elektrificatie van transport en verwarming. Daardoor neemt de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen af en wordt de economie minder gevoelig voor schommelingen op de energiemarkt. Volgens Schroders Greencoat werd de groei van de Chinese elektriciteitsvraag in 2024 grotendeels opgevangen door schone energiebronnen.
Ook Europa versnelt de omslag sinds de Russische inval in Oekraïne in 2022. Vooral Spanje laat zien hoe langdurige investeringen in zon- en windenergie de invloed van gas op elektriciteitsprijzen kunnen verminderen. In Italië bepalen gascentrales nog steeds gedurende ongeveer 90% van de tijd de stroomprijs, terwijl dat in Spanje is teruggevallen naar circa 15%. Ook in het VK neemt die afhankelijkheid af.
Nieuwe afhankelijkheden ontstaan
Volgens Schroders Greencoat betekent de energietransitie echter niet dat geopolitieke risico’s verdwijnen. De afhankelijkheid verschuift vooral van olie- en gasreserves naar technologie, productieketens en kritieke grondstoffen zoals lithium, koper en zeldzame aardmetalen. Daarbij speelt China opnieuw een centrale rol, omdat het land dominant is in veel onderdelen van de productieketen voor schone energietechnologie.
Toch ziet Schroders Greencoat belangrijke verschillen met fossiele brandstoffen. Olie- en gasreserves zijn geografisch vastgelegd, terwijl productieketens voor hernieuwbare energie via industriebeleid, investeringen en infrastructuur beter beïnvloedbaar zijn. Bovendien zijn zonne- en windparken na aanleg nog maar beperkt afhankelijk van hun oorspronkelijke leveranciers.
Structurele kansen voor beleggers
Voor beleggers creëert die ontwikkeling volgens Schroders Greencoat structurele kansen. Energie-infrastructuur met blootstelling aan marktprijzen profiteerde de afgelopen jaren al van stijgende elektriciteitsprijzen zonder dezelfde stijging van operationele kosten als fossiele energiecentrales.
Belangrijker nog is dat de tweede grote energieprijsschok in vijf jaar tijd de politieke en financiële steun voor de energietransitie verder vergroot. Volgens het Internationaal Energieagentschap is vanaf 2030 jaarlijks circa $4,5 biljoen nodig voor investeringen in de energietransitie. Daarbij verschuift de focus steeds meer van alleen zon en wind naar batterijen, elektriciteitsnetwerken, waterstof, biomethaan en energieopslag.
Volgens Schroders Greencoat groeit daarmee niet alleen het aantal investeringsmogelijkheden, maar ook het belang van gespecialiseerde beleggers die verschillende technologieën, regelgeving en energiesystemen kunnen doorgronden.
Lees ook A new era of energy risk is reshaping the global economy – and driving the energy transition, door Minal Patel, Global Head of Infrastructure en Duncan Hale van Schroders Greencoat.